Bijna acht maanden na het onvergetelijke succes van zijn waterpolosters heeft Robin van Galen eindelijk een punt gezet achter 'zijn' olympische missie. Het waterpolodier presenteerde zijn boek 'Mijn Olympische Missie', waarin de inmiddels vertrokken bondscoach bovenal een diepe inkijk geeft in het proces van bijna drie jaar dat uiteindelijk uitmondde in onverwacht olympisch goud.
Het boek geeft een aardig inzicht in de relatie tussen Van Galen en zijn speelsters en het proces dat zich binnen de ploeg en de begeleidingsstaf afspeelde richting Peking. De spanningen liepen soms hoog op, maar uiteindelijk was het wederzijdse respect en vertrouwen in elkaar ongekend groot. „Voordat vrouwen voor je door het vuur willen gaan, moet je ze met argumenten, feiten en cijfers overreden.”
Van Galen is een waterpolodier. Op zijn zesde lag hij al in het bad. Een blessure maakte vroeg een einde aan zijn spelersloopbaan. Hij richtte zich vervolgens op coaching, waarbij volgens hem het mentale deel een cruciale rol speelt. „De eerste anderhalf jaar hadden we geen succes; de laatste anderhalf jaar wel”, keek hij donderdag terug op zijn driejarig verblijf bij de nationale vrouwenploeg. „Ik heb mijn horizon verbreed met mental coaching.”
Het succes begon bij het olympisch kwalificatietoernooi in Kirisji. Nederland won verrassend het evenement en kon zich een jaar voorbereiden op de Spelen. De coach, een gelovig mens, geeft aan in zijn boek dat er op het juiste moment door iedereen is gepiekt. „Het kritische punt was het WK in 2007. Daar eindigden we als negende. Een teleurstelling. Ik heb toen sterk getwijfeld of ik moest doorgaan als coach. Ik had geen grip op de situatie. Uiteindelijk was er toch de overtuiging dat we op de goede weg waren.”
Van Galen is een vechter. „Ik loop niet weg”, zegt hij over die fase. Een gesprek met mental coach Rico Schuijers bracht verlichting. „In een teamproces kun je niet vanaf dag één succes hebben. Gertjan Verbeek heeft bijvoorbeeld geen kans gekregen bij Feijenoord.”
Van Galen heeft niet alle heibel in zijn boek verwerkt. De eerste versie van 'Mijn Olympische Missie' ligt bij hem in de kluis. Te hard, te confronterend voor sommige betrokkenen. „Opgekropte frustraties, naar spelers, naar de bond, naar de tegenstanders en naar mezelf staan daarin. Dat krijgt niemand ooit te lezen.”
Het boek van Van Galen beschijft de mentale ontwikkeling die de coach en speelsters samen doormaakten. Wat hij nu bij de mannenploeg bij DONK doet, komt daarbij niet in de buurt, al zal de coach op termijn weer op het hoogste niveau terugkeren. Hij kreeg na de Spelen allerlei banen aangeboden. Amerika trekt. „Dat hele land straalt één en al topsport uit. Dat gevoel mis ik wel eens in Nederland.”
Bron: De Telegraaf



